Informatie voor leerkrachten en begeleiders van groep 5/6

Stripboekje4

JE EIGEN STRIPBOEKJE

Stripboeken. Je hebt ze in allerlei vormen en maten. In deze les krijgen de leerlingen een beknopte geschiedenis over de strip, waarna ze zelf met het medium aan de slag gaan. Kenmerkend zijn natuurlijk de tekstballonnen. De kinderen gaan niet zomaar striptekenen. Ze maken eerst met verf een aantal vlekken. Uit die vlekken moeten ze een personage creëren waarmee ze een verhaal gaan vertellen (wie, wat en waar)

 

Materialen (door de school te verzorgen)

A4 papier

Verf

Wc- of keukenpapier

Tekenpotloden

 

Organisatie en uitvoering

De kinderen zitten in groepjes met enkele kleuren verf op tafel. Allereerst gaan de kinderen volgens een duidelijke instructie een A4-papier vouwen, zodat er later een boekje uit kan ontstaan. Daarna zetten de kinderen met een verfrommeld stukje papier enkele verfvlekken. Tijdens het drogen van de verf krijgen de kinderen een vlekkentraining, waardoor ze wat “gevoel” krijgen met de kenmerken en vormen die vlekken ze bieden. Als de verf droog is gaan we over tot het maken van de strip.

 

Leerdoel

Al doende leren de kinderen een verhaaltje te vertellen met beelden. Daarnaast wordt hun fantasie geprikkeld omdat ze een figuurtje moeten ontwikkelen uit een vlek. Het onderzoeken en ontdekken van verschillende vormen die tot een figuur kunnen leiden staat hier centraal. Aan het einde van de les tonen de kinderen hun stripboekjes en vertellen hun verhaal aan de klas.

 

Contactpersoon: Corine Heijmans, coördinator Cumenu Arsis, tel. 0618028386   email: corinekrijntjes@home.nl

Benader haar direct of  maak gebruik van dit formulier: